ECLI:NL:RVS:2019:3540
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De vreemdelingen hadden bij besluit van 10 februari 2017 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf ingediend, die door de staatssecretaris werd afgewezen. Na het ongegrond verklaren van hun bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen voerden in hoger beroep aan dat zij in betalingsonmacht verkeerden en daarom geen griffierecht konden betalen. De Afdeling oordeelde echter dat op basis van de verstrekte informatie het heffen van griffierecht het voor hen niet uiterst moeilijk of onmogelijk maakt om gebruik te maken van de rechtsgang.
Ondanks meerdere aanmaningen hebben de vreemdelingen het griffierecht niet voldaan. Hierdoor verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.