ECLI:NL:RVS:2019:3544
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel en proceskostenvergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 4 april 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 april 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de klacht over openbaarmaking van de uitspraak reeds in een eerdere uitspraak was behandeld en dat verdere grieven niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leiden. Er waren geen vragen van algemeen belang die nadere motivering vereisten.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met een proceskostenvergoeding aan de vreemdeling.