ECLI:NL:RVS:2019:3547
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
Op 15 augustus 2019 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 september 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris en de vreemdeling stelden hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens verzocht de staatssecretaris de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep nog niet was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te kennen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is afgerond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.