ECLI:NL:RVS:2019:3560
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten omgevingsvergunning voor vergroten kap woning te Emmen
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen verleende op 22 maart 2017 een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de kap van een woning op een perceel te Emmen. Hiertegen maakte [appellante] bezwaar, dat door het college en later door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond werd verklaard. [Appellante] stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde in een tussenuitspraak dat de besluiten van 3 oktober 2017 een motiveringsgebrek vertoonden omdat het college niet had gemotiveerd of het kleur- en materiaalgebruik van de woning in overeenstemming was met de welstandsnota van de gemeente Emmen. Het college motiveerde dit nader door te stellen dat het kleur- en materiaalgebruik reeds in 2013 vergunningvrij was gewijzigd en dat het bouwplan alleen het vergroten van de kap betrof.
[Appellante] voerde aan dat de wijzigingen van kleur en materiaal niet vergunningvrij waren en dat het bouwplan ook aan de algemene welstandscriteria had moeten worden getoetst. De Afdeling oordeelde echter dat het college zich op het standpunt kon stellen dat het bouwplan slechts het vergroten van de kap betrof en dat de gebiedsgerichte welstandscriteria 'hoog' toereikend waren.
De Afdeling vernietigde de besluiten van 3 oktober 2017 wegens strijd met artikel 7:12 lid 2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen van die besluiten in stand. Tevens werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het griffierecht werd aan [appellante] vergoed.
Uitkomst: De besluiten van 3 oktober 2017 worden vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.