ECLI:NL:RVS:2019:3561
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Appellante, woonachtig in een galerijflat te Purmerend, verzocht om een urgentieverklaring vanwege haar hoogtevrees. Het college wees dit verzoek af op grond van artikel 2.6.5 van de Huisvestingsverordening Purmerend 2016, omdat er geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem.
Appellante voerde aan dat brieven van haar psycholoog aantonen dat zij dringend een woning op de begane grond nodig heeft om haar behandeling voort te zetten. De rechtbank oordeelde echter dat uit deze brieven niet volgt dat zij redelijkerwijs geen gebruik meer kon maken van haar huidige woning en dat de huisvestingssituatie niet duidelijk gevolgen heeft voor haar behandeling.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van het college vervalt daarmee. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd.