ECLI:NL:RVS:2019:3562
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek handhaving afzonderlijke rioolaansluiting woning te Rotterdam
Appellant is eigenaar van een woning te Rotterdam die samen met een naastgelegen woning via een verzamelleiding op het openbaar riool is aangesloten. Het college heeft in 2016 een verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen deze situatie afgewezen, omdat appellant onvoldoende belang heeft bij handhaving. De rechtbank heeft dit oordeel bevestigd en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant betoogde dat het college onterecht het handhavingstraject staakte zonder hem te betrekken en dat hij niet de leidingexploitant is, waardoor hij niet verantwoordelijk zou zijn voor de aansluiting. De Afdeling overwoog dat appellant als eigenaar en vergunninghouder verantwoordelijk is voor de naleving van de voorschriften en daarmee leidingexploitant is, ook al ligt de leiding deels buiten zijn perceel.
Verder stelde appellant dat het procesdossier onvolledig is, maar de Afdeling concludeerde dat voldoende stukken aanwezig zijn om te oordelen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.