ECLI:NL:RVS:2019:3567
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving bewoning bijgebouw onder overgangsrecht bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Epe weigerde handhavend op te treden tegen de bewoning van een bijgebouw op een perceel te Vaassen, omdat deze bewoning onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan viel. Appellante betwistte dit en stelde dat het bijgebouw pas sinds 2014 als zelfstandige woning werd gebruikt, terwijl voorheen sprake was van een onzelfstandige verblijfsruimte.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het college het bezwaar ten onrechte ongegrond had verklaard, maar in een latere uitspraak werd het beroep ongegrond verklaard. Appellante ging in hoger beroep tegen deze laatste uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het college met diverse bewijsstukken, waaronder getuigenverklaringen, huurovereenkomsten en foto's, aannemelijk heeft gemaakt dat het bijgebouw sinds de peildatum onafgebroken als zelfstandige woning met eigen voorzieningen werd bewoond.
De Raad van State stelde vast dat de bewoning op de peildatum bestond en dat het gebruik niet zodanig is gewijzigd dat het overgangsrecht niet meer van toepassing is. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.