ECLI:NL:RVS:2019:3579
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- A. ten Veen
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor aanleg boomkwekerij ondanks bezwaren over archeologische en cultuurhistorische waarden
Het college van burgemeester en wethouders van Buren verleende op 8 februari 2018 een omgevingsvergunning aan Beleggingsonderneming Utrecht-West B.V. voor het aanleggen van een boomkwekerij en een uitrit te Ingen. Tegen dit besluit maakten [appellant sub 1] en Stichting Milieuwerkgroep Buren e.o. (SMB) bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde hun beroepen eveneens ongegrond.
SMB voerde aan dat het begrip 'huidig maaiveld' onvoldoende was gedefinieerd en dat de bodem dieper dan toegestaan zou worden verstoord, wat archeologische en cultuurhistorische waarden zou aantasten. De Raad van State oordeelde dat het college voldoende maatregelen had getroffen, waaronder een nulmeting en een handhavingsplan, en dat de vergunning voorschrijft dat graafwerkzaamheden niet dieper dan 40 centimeter mogen plaatsvinden.
[Appellant sub 1] stelde dat de vergunning afbreuk deed aan de kernwaarden van het open landschap en dat verkeersproblemen zouden ontstaan. Ook betoogde hij dat een omgevingsvergunning vereist was voor het aanplanten van de houtopstand. De Raad van State verwierp deze bezwaren, stellende dat de boomkwekerij past binnen het bestemmingsplan en dat verkeersproblemen niet aannemelijk waren gemaakt.
De Raad van State concludeerde dat de belangen van de appellanten niet beschermd worden door de relevante planregels en dat de vergunning terecht is verleend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor de boomkwekerij en verklaart het hoger beroep ongegrond.