ECLI:NL:RVS:2019:358
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging last onder dwangsom wegens onrechtmatig parkeren motorfietsen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft aan appellant, een onderneming in motorfietshandel en -reparatie, een last onder dwangsom opgelegd wegens het parkeren van meer dan drie motorfietsen op de openbare weg binnen 25 meter van zijn bedrijf, in strijd met artikel 5:2 van Pro de APV.
Na meerdere controles door gemeentelijke toezichthouders werd vastgesteld dat appellant niet aan deze last had voldaan, waarop dwangsommen werden verbeurd en ingevorderd. Appellant voerde onder meer aan dat sommige motorfietsen slechts kort geparkeerd stonden, dat hij een afspraak had met de gemeente om vier motorfietsen te parkeren, en dat hij wegens vakantie niet tijdig kon voldoen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht mocht aannemen dat sprake was van overtreding, dat de uitzonderingen in de APV niet van toepassing waren, en dat de door appellant aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om de dwangsommen te vermijden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.