ECLI:NL:RVS:2019:3594
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Oostzijde te Arnhem
De raad van de gemeente Arnhem stelde op 12 september 2018 het bestemmingsplan 'Oostzijde' vast, waarin de bouw van één woning is voorzien met een voorwaardelijke verplichting tot sloop van een bestaande schuur. [Appellant] en anderen voerden beroep aan tegen dit besluit, stellende dat het plan hun uitzicht en het karakter van de Mooieweg aantast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 13 september 2019 behandeld en beoordeelt of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling oordeelt dat de raad de belangen van omwonenden voldoende heeft betrokken en dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is, mede gelet op de afstanden tot de nieuwe woning en de vastgestelde bouwhoogtes.
Verder is geoordeeld dat de inspraakprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening en Algemene wet bestuursrecht is gevolgd en dat het rechtszekerheidsbeginsel niet in de weg staat aan de vaststelling van het plan. Alternatieven aangedragen door appellanten behoefden niet te worden gevolgd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het plan is in stand gelaten.