ECLI:NL:RVS:2019:3603

Raad van State

Datum uitspraak
24 oktober 2019
Publicatiedatum
24 oktober 2019
Zaaknummer
201907554/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 augustus 2019 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij het vonnis van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het vonnis van de rechtbank in stand zou blijven en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling in aanmerking genomen moesten worden. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.

De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 24 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. van Eck.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

201907554/2/V3
Datum uitspraak: 24 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van onder meer:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 oktober 2019 in zaak nr. NL19.19606 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 7 oktober 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.    De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening.
3.    De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. van Dijken, griffier.
w.g. Van Eck    w.g. Van Dijken
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2019
279