ECLI:NL:RVS:2019:3613
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing opheffing inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 12 juni 2018 een aanvraag van de vreemdeling om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen en de duur ervan verkort naar twee jaar.
De vreemdeling heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 27 februari 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat het hoger beroep niet is gericht tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn. Hierdoor kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven en verklaart zij het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan gemotiveerd verweer.