ECLI:NL:RVS:2019:3615
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Hiertegen maakte de vreemdeling verzet, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat tegen een uitspraak op verzet tegen een niet-ontvankelijkverklaring geen hoger beroep mogelijk is op grond van artikel 8:104, tweede lid, Awb. De Raad van State stelde vast dat het verbod op hoger beroep alleen doorbroken kan worden indien sprake is van een oneerlijk proces, wat hier niet het geval was.
Daarom verklaarde de Raad van State zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees de vordering van de vreemdeling af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het af.