ECLI:NL:RVS:2019:3625
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een 79-jarige Surinaamse weduwe om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat er meer dan normale emotionele banden met haar zoon, een Nederlandse staatsburger, bestonden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep klaagde de staatssecretaris over de motivering van de rechtbank, met name over de beoordeling van de emotionele banden en de belangenafweging tussen het privéleven van de vreemdeling en het Nederlandse toelatingsbeleid. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht had betrokken dat ook andere familieleden of derden de benodigde zorg kunnen bieden en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij onmisbaar was.
Verder werd meegewogen dat de vreemdeling het grootste deel van haar leven in Suriname had gewoond, dat zij eigen inkomsten had en dat het niet uitgesloten was dat zij een beroep zou doen op publieke middelen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.