ECLI:NL:RVS:2019:363
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering openbaarmaking documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
Appellante verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van geluidsmetingen en gerelateerde documenten betreffende haar café. Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant weigerde bepaalde documenten openbaar te maken met het argument dat deze bestemd waren voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit tot weigering, maar verklaarde het beroep tegen een later besluit tot weigering ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende had gemotiveerd waarom de documenten niet openbaar gemaakt konden worden, omdat het enkel stelde dat het om intern beraad ging zonder te beoordelen of er persoonlijke beleidsopvattingen in stonden. Het besluit tot weigering werd daarom vernietigd. Tegelijkertijd werd het beroep tegen het latere besluit tot gedeeltelijke openbaarmaking ongegrond verklaard. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij weigering van openbaarmaking op grond van de Wob, met name bij documenten die intern beraad betreffen maar mogelijk geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit tot weigering van openbaarmaking van documenten is vernietigd en het beroep tegen het latere besluit tot gedeeltelijke openbaarmaking is ongegrond verklaard.