ECLI:NL:RVS:2019:3631
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing pand als gemeentelijk monument ondanks bezwaren eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk heeft op 4 juli 2017 een pand aangewezen als gemeentelijk monument. De eigenaar, appellant, maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de procedure niet volgens de regelgeving was verlopen, dat termijnen niet waren gerespecteerd, dat overleg ontbrak en dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college wel degelijk overleg had gevoerd met appellant en dat de overschrijding van termijnen niet onredelijk was. De voorbeschermingsregeling was niet onrechtmatig, en de adviezen van deskundigen waarop het college zich baseerde waren voldoende gemotiveerd en betrouwbaar. De belangenafweging was aan het college en werd door de rechtbank terughoudend getoetst, zonder aanwijzingen van misbruik van bevoegdheid.
Ten slotte concludeerde de Afdeling dat het besluit niet onbegrijpelijk of innerlijk tegenstrijdig was en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument bevestigd.