ECLI:NL:RVS:2019:3646
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terrasuitbreiding op grond van evenredigheidsbeginsel en Dienstenrichtlijn
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de weigering van de burgemeester van Amsterdam om zijn terras uit te breiden tegenover een horecabedrijf van een derde vergunninghouder. De burgemeester had de exploitatievergunningen voor terrassen verleend en verlengd, maar de uitbreiding van het terras van appellant werd geweigerd vanwege het Terrassenbeleid en de belangen van de andere vergunninghouder.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester niet verplicht was om de beschikbare terrasruimte in onderlinge samenhang te beoordelen en dat het Terrassenbeleid geen evenredige verdeling voorschrijft. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat er geen rechtsregel bestaat die een evenredige verdeling verplicht stelt. Tevens is het uitgangspunt van het beleid dat terrassen zich voor de gevel van het horecabedrijf bevinden en niet breder mogen zijn dan die gevel, een objectief en proportioneel criterium.
Appellant voerde aan dat de weigering in strijd was met de Dienstenrichtlijn, omdat deze een onevenredige belemmering van zijn diensten zou opleveren. De Afdeling stelt echter vast dat het vergunningstelsel kwalificeert als bedoeld in de Dienstenrichtlijn, maar dat de weigering gerechtvaardigd is door een dringende reden van algemeen belang, namelijk het voorkomen van overlast en het waarborgen van openbare orde en verkeersveiligheid. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de terrasuitbreiding bevestigd.