ECLI:NL:RVS:2019:3656
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De commandant van de Koninklijke Marechaussee weigerde op 20 februari 2018 de door I-Sec Nederland B.V. verzochte toestemming om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Deze weigering werd gehandhaafd in bezwaar en door de rechtbank Amsterdam bevestigd op 19 december 2018. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De weigering was gebaseerd op drie meldingen van onheuse bejegening van een politieagent in 2014, 2015 en 2017, en een transactie voor winkeldiefstal in 2011. Appellant voerde aan dat de winkeldiefstal vanwege tijdsverloop en jeugdige leeftijd geen waarde mocht krijgen en dat de overtredingen met identificatieplicht niet ernstig waren. Tevens stelde hij dat zijn gedrag bij het filmen van politieagenten niet onbehoorlijk was.
De Raad van State oordeelde dat de commandant beoordelingsruimte heeft bij de betrouwbaarheidstoets en dat de beleidsregels hogere eisen stellen aan beveiligingsmedewerkers. De commandant mocht de meldingen en de transactie meenemen in zijn beoordeling. Het gedrag van appellant, waaronder het weigeren van identificatie en het filmen van politieagenten met dreiging tot verspreiding van beelden, rechtvaardigde de conclusie dat zijn betrouwbaarheid niet boven elke twijfel verheven is.
De Afdeling bevestigde dat een goede verstandhouding met politie en gezagsdragers essentieel is voor beveiligingsmedewerkers en dat appellant hierin tekort is geschoten. De betogen van appellant faalden, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid van appellant.