ECLI:NL:RVS:2019:3657
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bewoning voor seksinrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 12 september 2017 een bestuurlijke boete van €7.500 op aan appellant wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. Inspecteurs constateerden dat de woning werd gebruikt als seksinrichting en pension, wat in strijd is met de Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet direct betrokken was bij de exploitatie, slechts als contactpersoon fungeerde en onder bedreiging stond van twee mannen die de sleutels van hem hadden afgenomen. Hij stelde dat hem de overtreding niet kon worden toegerekend en dat de boete onredelijk was gezien zijn financiële situatie.
De Raad van State oordeelde dat appellant als beheerder van de woning verantwoordelijk was, omdat hij de sleutels had, de post ophaalde en de woning na constatering had leeggehaald. Zijn verhaal over bedreigingen werd niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs. De boete werd terecht opgelegd en niet gematigd, mede vanwege de ernst van de overtreding en het ontbreken van voldoende bewijs voor appellant's onschuld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €7.500 wegens onttrekking van de woning aan de bestemming tot bewoning.