ECLI:NL:RVS:2019:3662
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering afwijking parkeernorm Oudelandseweg 44
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en het veranderen of aanbrengen van een uitweg aan de Oudelandseweg 44 centraal. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bij het besluit van 11 januari 2018 onvoldoende had gemotiveerd dat de afwijking van de gemeentelijke parkeernormen was toegestaan. Dit betrof een afwijking waarbij 34 parkeerplaatsen werden gerealiseerd terwijl de norm 36 parkeerplaatsen voorschreef.
De Afdeling stelde vast dat het college niet had aangetoond dat voldaan was aan het criterium voor afwijking zoals opgenomen in artikel 7, lid 7.1, onder c, van het bestemmingsplan. Hoewel het college stelde dat de appartementen vooral voor senioren bestemd zouden zijn die minder parkeerplaatsen nodig hebben, ontbrak het aan concrete aanwijzingen dat dit daadwerkelijk het geval is. Hierdoor was niet verzekerd dat de afwijking geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.
De beroepen tegen het besluit van 11 januari 2018 werden gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De beroepen tegen het bestemmingsplan van 20 december 2017 en het besluit van 24 juni 2019 werden ongegrond verklaard, waarbij het laatste besluit wel werd opgedragen binnen 12 weken te worden hersteld. Het college werd tevens verplicht de andere partijen te informeren over het herstel en griffierechten werden aan enkele partijen vergoed.
De Afdeling benadrukte het belang van rechtszekerheid door te stellen dat eerdere verwerping van beroepsgronden niet opnieuw aan de orde kan komen tenzij sprake is van wijziging of nieuwe omstandigheden. De procedure werd gesloten zonder tweede zitting en met een tussenuitspraak die het college tot herstel verplichtte.
Uitkomst: Het besluit van 11 januari 2018 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen het besluit van 24 juni 2019 binnen 12 weken te herstellen.