ECLI:NL:RVS:2019:3667
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring na afwijzing asielverzoek rechtmatig verklaard
Bij besluit van 18 juni 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 1 juli 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 ook na afwijzing van het asielverzoek kan worden toegepast, mits de staatssecretaris motiveert waarom nader onderzoek naar identiteit en nationaliteit noodzakelijk is.
De staatssecretaris had deze motivering gegeven en de vreemdeling had niet bestreden dat er een risico bestond dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard met afwijzing van het schadeverzoek.