ECLI:NL:RVS:2019:3674
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 7 juni 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen het voortduren van deze bewaring heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter geoordeeld dat het hoger beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring niet ontvankelijk is, omdat de wet (artikel 84 Vw Pro 2000) dit hoger beroep uitsluit.
De Afdeling heeft overwogen dat het verbod op hoger beroep alleen kan worden doorbroken indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet het geval is. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen wegens uitsluiting van hoger beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring.