ECLI:NL:RVS:2019:3677
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek e-mailauthenticiteit
De vreemdeling vroeg op 31 maart 2016 asiel aan en vreesde vervolging door de Sri Lankaanse autoriteiten vanwege zijn zakelijke banden met een bedrijf dat samenwerkte met een satellietzender die door die autoriteiten wordt verdacht van samenwerking met een organisatie. De staatssecretaris wees de aanvraag af, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering over de authenticiteit van overgelegde e-mails.
De staatssecretaris stelde dat de e-mails bevreemdingwekkend waren en niet strookten met eerdere verklaringen, maar verrichtte geen technisch onderzoek. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris dit onderzoek had moeten uitvoeren en dat het besluit daarom ondeugdelijk was.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat hij het gebrek had hersteld, maar de Afdeling oordeelde dat dit niet het geval was en bevestigde de eerdere uitspraak. De vreemdeling kon door het ontbreken van de e-mails niet aannemelijk maken dat de autoriteiten op de hoogte waren van de samenwerking, mede doordat de e-mails waren weggeraakt door het niet betalen van een serverfactuur.
De Afdeling liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling worden ongegrond verklaard en de vernietiging van het besluit van 21 augustus 2018 wordt bevestigd.