ECLI:NL:RVS:2019:3679
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 oktober 2016 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 mei 2018 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in het vonnis.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Daarmee werd het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, waarin mr. H. Troostwijk als lid en mr. H.W. Groeneweg als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.