ECLI:NL:RVS:2019:3701
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bouwstop opgelegd door college Amsterdam
Het hoger beroep betreft een verzoek van twee inwoners van Amsterdam tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2019. De verzoekers hadden de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tegen een bouwproject.
De voorzieningenrechter overweegt dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bij besluit van 25 september 2019 een bouwstop heeft opgelegd. Deze bouwstop heeft als gevolg dat het bouwen niet is toegestaan, hetgeen overeenkomt met het doel van het verzoek om voorlopige voorziening.
Gezien deze situatie ontbreekt het spoedeisend belang om een voorlopige voorziening toe te kennen, omdat met de bouwstop reeds het beoogde resultaat is bereikt. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af tijdens de openbare zitting van 31 oktober 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bouwstop wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.