ECLI:NL:RVS:2019:371
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 november 2018 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 december 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Dit besluit is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 20 december 2016. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak is gedaan op 5 februari 2019 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier A.A. Snijders. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen overdracht gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.