ECLI:NL:RVS:2019:3710
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot correctie huwelijk in Basisregistratie Personen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om correctie van zijn burgerlijke staat in de Basisregistratie Personen (brp), omdat hij meent niet gehuwd te zijn met de in Pakistan geregistreerde echtgenoot. Het college wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat de wettelijke vereisten voor het huwelijk niet waren vervuld en dat hij slechts een ondertrouwsituatie bedoelde. Hij voerde aan dat de huwelijksakte niet gelegaliseerd was en dat de verklaring als bedoeld in artikel 2.9 van de Wet Brp niet was gedateerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant niet heeft aangetoond dat de registratie onjuist is. De huwelijksakte was gelegaliseerd door het Pakistaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, de verklaring was ondertekend en appellant staat als echtgenoot vermeld in het Pakistaanse paspoort van zijn partner. Het verzoek tot correctie is daarom terecht afgewezen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot correctie van het huwelijk in de Basisregistratie Personen wordt bevestigd.