ECLI:NL:RVS:2019:3739
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen gedoogbeslissing kuilvoerplaat Valkenswaard
Het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard nam een persoonsgebonden gedoogbeslissing voor het gebruik van een kuilvoerplaat buiten het bouwvlak van een veehouderij, waarbij een oppervlakte van 200 m2 werd gedoogd. Appellant, wonend tegenover de veehouderij, verzocht handhaving tegen deze situatie, maar het college wees dit af. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en herroept de gedoogbeslissing, met een termijn tot 1 januari 2019.
In hoger beroep stelde het college dat appellant geen belanghebbende was, omdat hij geen zicht had op de kuilvoerplaat en de activiteiten geen gevolgen van betekenis voor hem hadden. De Afdeling oordeelde dat appellant geen rechtstreeks belang had bij het handhavingsverzoek, omdat de kuilvoerplaat ver van zijn woning ligt, geen zichtbare hinder veroorzaakt en het vervoer van kuilvoer langs zijn woning legaal is en losstaat van de opslag.
De Afdeling verklaarde het bezwaar tegen de gedoogbeslissing niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van het college. Tevens werd bepaald dat de uitspraak de plaats inneemt van het vernietigde besluit. De procedure tegen de gedoogbeslissing en de eerste handhavingsbeslissing is hiermee beëindigd. Het college werd verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit en verklaart het bezwaar tegen de gedoogbeslissing niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebberschap.