ECLI:NL:RVS:2019:375
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling tijdens asielprocedure ondanks bezwaar voortduring
De vreemdeling is op 23 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het risico op onttrekking aan toezicht en het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de beoordeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij betoogde onder meer dat de bewaring ten onrechte voortduurde nadat alle noodzakelijke gegevens voor de beoordeling van zijn aanvraag bij de staatssecretaris bekend waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat een gehoor op 29 maart 2018 niet automatisch betekent dat alle benodigde gegevens waren verkregen, mede gezien de mogelijkheid tot het verstrekken van nadere gegevens en zienswijzen.
Daarnaast wees de Afdeling erop dat de bewaring volgens de Vreemdelingenwet en de Opvangrichtlijn aan een maximale termijn van zes weken is gebonden, om onnodige detentie te voorkomen. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.