ECLI:NL:RVS:2019:3807
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overschrijdingsuitkering openbaar basisonderwijs 2006-2010 en hoger beroep tegen bestuursbesluiten
Het geschil betreft de vaststelling van het overschrijdingspercentage van 1,26% voor het openbaar basisonderwijs over de periode 2006 tot en met 2010 door het college van burgemeester en wethouders van Hoogezand-Sappemeer (later Midden-Groningen). De Vereniging voor Christelijk Onderwijs (VCO) stelde administratief beroep in tegen deze vaststelling, omdat zij twijfelde aan de juistheid van de overschrijdingsberekening.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van de VCO gegrond en vernietigde het besluit van het college van gedeputeerde staten dat het administratief beroep ongegrond had verklaard. De rechtbank oordeelde dat de vastgestelde uitgaven met €316.409 moesten worden verhoogd en dat er twijfel bestond over de toepassing van artikel 144, lid 4a, van de Wpo.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de verschillen tussen de jaarrekeningen van de gemeente en het openbaar onderwijs verklaard kunnen worden door verschillende verantwoordingssystematieken. De gemeentelijke jaarrekening vormt de juiste basis voor de overschrijdingsberekening. Ook is geen onjuiste toepassing van artikel 144, lid 4a, van de Wpo vastgesteld. De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de VCO ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de VCO wordt ongegrond verklaard en het overschrijdingspercentage van 1,26% wordt bevestigd.