ECLI:NL:RVS:2019:382
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 7 december 2018 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 januari 2019 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij de vrijheidsontnemende maatregel zou worden opgeheven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter overwogen dat de maatregel op 21 december 2018 reeds is opgeheven, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek dan ook kennelijk ongegrond en wees het af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Over de eventuele schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt afgewezen omdat de maatregel reeds is opgeheven.