ECLI:NL:RVS:2019:383
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris op 18 december 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 14 januari 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het bieden van opvang en verstrekkingen tijdens de duur van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en legde de proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 7 februari 2019.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en krijgt recht op opvang en verstrekkingen; de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.