ECLI:NL:RVS:2019:3875
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring na afwijzing asielverzoek en motivering identiteitsonderzoek
Bij besluit van 18 september 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 1 oktober 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat een vreemdeling na afwijzing van zijn asielverzoek als kennelijk ongegrond rechtmatig verblijf heeft volgens artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring kan ook na afwijzing worden toegepast mits de staatssecretaris motiveert waarom nader onderzoek naar identiteit en nationaliteit noodzakelijk is.
De staatssecretaris had dit gemotiveerd door te stellen dat de vreemdeling niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, onder meer omdat hij verklaarde zijn paspoort te hebben weggegooid. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat de vreemdeling zelfstandig zou uitreizen wegens gebrek aan middelen. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt gehandhaafd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.