ECLI:NL:RVS:2019:3905
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor het kappen van beschermde zomereik te Goirle bevestigd
Appellant heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van negen bomen op zijn perceel te Goirle, waaronder een beschermde zomereik. Het college verleende vergunningen voor vijf bomen met herplantplicht, maar weigerde de vergunning voor de zomereik vanwege de beschermde status en het belang van behoud.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Het college baseerde de weigering op de Groene kaart en diverse weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), waaronder alternatieven voor het terras die de boom sparen.
Appellant voerde aan dat er geen volwaardige alternatieven zijn en dat het rapport van zijn architect en bomendeskundige dit onderbouwt. De Raad van State oordeelt echter dat het college terecht alternatieven heeft betrokken bij de belangenafweging en dat het rapport van de bomendeskundige niet afdoet aan de adviezen van de groendeskundigen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de vergelijkbare gevallen door appellant niet voldoende overeenkomen. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor het kappen van de beschermde zomereik.