ECLI:NL:RVS:2019:3928
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 1 oktober 2019 besloten om aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze besluiten op 29 oktober 2019 gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter van de Raad van State overwoog dat de overdrachtstermijn van de zaak op 14 februari 2020 verstrijkt en dat er geen spoedeisende omstandigheden waren om de voorlopige voorziening toe te kennen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 20 november 2019 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter E. Steendijk in aanwezigheid van griffier A.M.L. Hanrath.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank uit te voeren.