ECLI:NL:RVS:2019:3937
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen uitspraak vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 14 oktober 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 november 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Echter, in het hoger beroep gaf de vreemdeling geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel vellen over het hoger beroep. Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 november 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.