ECLI:NL:RVS:2019:3938
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, welke door de staatssecretaris op 29 juni 2018 werd afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 29 oktober 2018. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, dat op 13 augustus 2019 werd afgewezen.
De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De griffier wees de vreemdeling erop dat het griffierecht betaald moest worden voor behandeling van het hoger beroep, met een uiterste betaaldatum van 19 september 2019. De vreemdeling betaalde het griffierecht niet, ondanks een herinnering en aanmaning per aangetekende brief.
Omdat het griffierecht niet werd voldaan en de vreemdeling geen redenen aanvoerde om het hoger beroep toch in behandeling te nemen, verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.