ECLI:NL:RVS:2019:3962
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor Namenmonument in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 27 december 2017 een omgevingsvergunning aan Stichting Nederlands Auschwitz Comité voor het oprichten van het Namenmonument, een monument ter nagedachtenis aan Nederlandse Holocaustslachtoffers zonder graf. Tevens werd een kapvergunning verleend voor het kappen van 24 bomen, onder de voorwaarde dat 56 bomen worden herplant. Stichting de Groene Plantage en anderen zijn het niet eens met de locatie en stelden bezwaar in.
De rechtbank verklaarde de beroepen van de Stichting en anderen ongegrond. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld en werd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de bouwvergunning te schorsen totdat de vergunning onherroepelijk is. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 november 2019.
De voorzieningenrechter overwoog dat het monument een belangrijke herinneringsfunctie heeft en dat de belangen van het Comité bij realisatie zwaarder wegen dan de belangen van de Stichting en anderen. De door hen gestelde belangen zijn deels die van nabestaanden en het Comité zelf. Het risico van terugdraaien van bouwwerkzaamheden bij vernietiging van de vergunning is voor rekening van het Comité en vormt geen reden voor schorsing.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is uitgesproken op 27 november 2019.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het Namenmonument wordt afgewezen.