ECLI:NL:RVS:2019:3981
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning aanleg uitweg ondanks bezwaren tegen bestemmingsplan en omgeving
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 21 november 2017 een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg bij een perceel aan de Essenweg te Rotterdam. De vergunning werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond.
De appellant voerde aan dat de vergunning het gebruik van de voortuin als parkeerplaats mogelijk maakt, wat in strijd is met het bestemmingsplan 'Beschermd Stadsgezicht Kralingen'. De Raad van State oordeelde dat de vergunning slechts ziet op de aanleg van de uitweg en niet op het gebruik van de voortuin, waardoor dit bezwaar niet tot weigering kon leiden.
Verder stelde de appellant dat de vergunning geweigerd had moeten worden vanwege negatieve effecten op de bruikbaarheid van de weg, het uiterlijk van de omgeving en de groenvoorzieningen. De Raad van State vond dat het college binnen haar beleidsruimte redelijk had geoordeeld dat deze bezwaren niet opgingen, mede omdat het vervallen van een enkele parkeerplaats geen wezenlijke verandering betekent en de verwijdering van het hek niet noodzakelijk was voor de uitweg.
De Raad van State verwierp ook het argument dat de vergunning een ongewenst precedent schept, omdat het college slechts op de wettelijk toegestane gronden kon weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor de aanleg van de uitweg en verklaart het hoger beroep ongegrond.