ECLI:NL:RVS:2019:4018

Raad van State

Datum uitspraak
27 november 2019
Publicatiedatum
27 november 2019
Zaaknummer
201709737/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd

Bij besluit van 3 maart 2017, aangevuld op 27 september 2017, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 november 2017 het beroep gegrond verklaarde en het besluit van de staatssecretaris vernietigde.

De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de in het hoger beroep aangevoerde grief beoordeeld aan de hand van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:3960) en geoordeeld dat de grief faalt.

Daarmee verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling in verband met het hoger beroep heeft gemaakt, een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van mr. O. van Loon, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 november 2019.

Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201709737/1/V2.
Datum uitspraak: 27 november 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 9 november 2017 in zaak nr. 17/10032 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 3 maart 2017, aangevuld bij besluit van 27 september 2017, heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.
Bij uitspraak van 9 november 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.    De in de grief opgeworpen vraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 25 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3960, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak vloeit voort dat deze grief faalt.
2.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Van Eck    w.g. Van Loon
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2019
284-853.