ECLI:NL:RVS:2019:4025

Raad van State

Datum uitspraak
25 november 2019
Publicatiedatum
29 november 2019
Zaaknummer
201801850/7/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Derde herziening Buitengebied Deurne

Het beroep betreft het besluit van de raad van de gemeente Deurne van 19 december 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied'. Appellant betoogt dat een loods en stal in aanbouw op zijn perceel ten onrechte niet als zodanig zijn bestemd.

Tijdens de zitting heeft appellant zijn beroepsgrond over de verkeersbestemming ingetrokken. De Afdeling overweegt dat de raad terecht heeft gesteld dat voor vergroting van het agrarisch bouwvlak een ruimtelijke onderbouwing van de landschappelijke inpassing vereist is. Omdat appellant deze onderbouwing niet heeft geleverd, kon geen planologische medewerking worden verleend.

Voorts was de gewenste vormverandering van het bouwvlak ten tijde van de planvaststelling onvoldoende concreet en niet kenbaar gemaakt aan de raad. De raad hoefde daarom geen rekening te houden met dit verzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing voor vergroting en vormverandering van het bouwvlak.

Uitspraak

201801850/7/R2.
Datum uitspraak: 25 november 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend te Deurne,
appellant,
en
de raad van de gemeente Deurne,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 25 november 2019 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud    voorzitter
griffier: mr. J.V. Vreugdenhil
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door mr. L.A. Pronk, advocaat te Deurne;
De raad, vertegenwoordigd door mr. C.G.M. Claessens en mr. C.C. van Vliet.
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 19 december 2017, waarbij het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied" is vastgesteld, omdat volgens [appellant] een loods en stal die op zijn perceel aan de [locatie] te Deurne in aanbouw zijn door de raad ten onrechte niet in het plan als zodanig zijn bestemd.
De Afdeling
verklaart het beroep van [appellant] ongegrond.
Daartoe overweegt zij het volgende.
Tijdens de zitting heeft [appellant] de beroepsgrond over de verkeersbestemming ingetrokken.
Wat betreft de door [appellant] gewenste vergroting van zijn agrarische bouwvlak, zodat een in aanbouw zijnde loods en stal daarbinnen komen te liggen, overweegt de Afdeling dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat daarvoor op grond van geldende planregels een ruimtelijke onderbouwing van de landschappelijke inpassing is vereist en zolang die onderbouwing niet door [appellant] is aangeleverd, geen planologische medewerking kan worden verleend aan zijn verzoek om vergroting van zijn bouwvlak.
Voor zover [appellant] een vormverandering van zijn agrarische bouwvlak wenst om dezelfde reden, overweegt de Afdeling dat ten tijde van de vaststelling van het plan die gewenste vormverandering onvoldoende concreet was. [appellant] had op dat moment niet kenbaar gemaakt aan de raad op welke wijze de vorm van zijn bouwvlak zou moeten worden aangepast. De raad heeft daarom in redelijkheid met dit verzoek van [appellant] bij de vaststelling van het plan geen rekening hoeven te houden.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Minderhoud    w.g. Vreugdenhil
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
571-875.