ECLI:NL:RVS:2019:4028

Raad van State

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
29 november 2019
Zaaknummer
201908347/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing vreemdelingenbewaring in voorlopige voorziening

De vreemdeling is bij besluit van 19 oktober 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 11 november 2019 het beroep ongegrond verklaarde maar wel een schadevergoeding toekende.

De vreemdeling heeft vervolgens hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de maatregel van vreemdelingenbewaring op te heffen zolang het hoger beroep loopt.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het op dit moment niet aannemelijk is dat het hoger beroep zal leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarom wordt het verzoek tot opheffing van de bewaring afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de vreemdelingenbewaring wordt afgewezen.

Uitspraak

201908347/2/V3.
Datum uitspraak: 29 november 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 11 november 2019 in zaak nr. NL19.25168 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 19 oktober 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 11 november 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en hem schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de maatregel van bewaring op te heffen.
2.    Het is op dit moment niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep zal worden vernietigd. Daarom heft de voorzieningenrechter de maatregel niet op.
3.    Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Verburg    w.g. Van de Kolk
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2019
347.