ECLI:NL:RVS:2019:4093

Raad van State

Datum uitspraak
4 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
201705424/4/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 6:19 AwbArt. 8:26 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Poelgeest wegens strijd met Awb artikel 3:2

De zaak betreft het bestemmingsplan 'Poelgeest' vastgesteld door de raad van de gemeente Oegstgeest. Bij een eerdere tussenuitspraak van 2 mei 2018 werd geoordeeld dat het besluit van 20 april 2017 in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat niet was aangetoond dat onderzoeken over de aanleg van een brug over de Haarlemmertrekvaart waren betrokken.

De raad stelde vervolgens op 22 november 2018 een gewijzigd bestemmingsplan vast ter herstel van dit gebrek. Appellant bracht zienswijzen naar voren tegen deze wijziging, met argumenten over verkeersveiligheid, sluipverkeer, lichthinder en alternatieven. Deze betogen werden echter verworpen, mede gelet op een gelijktijdige uitspraak over het bestemmingsplan 'Brug Poelgeest 2017'.

De Raad van State verklaart het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigt dit besluit. Het beroep tegen het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard. Verzoeken van derden om als partij te worden toegelaten worden afgewezen omdat zij geen belang hadden en zich niet eerder in de procedure hadden gemengd.

Tot slot wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het bestemmingsplan van 20 april 2017 wordt vernietigd; het herstelbesluit van 22 november 2018 wordt niet vernietigd.

Uitspraak

201705424/4/R3.
Datum uitspraak: 4 december 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Oegstgeest,
en
de raad van de gemeente Oegstgeest,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2017:2507, (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 20 april 2017 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.
Bij besluit van 22 november 2018 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Poelgeest" gewijzigd vastgesteld.
[appellant] is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. [appellant] heeft een zienswijze naar voren gebracht.
De Afdeling heeft de zaak opnieuw ter zitting behandeld op 1 juli 2019, waar [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door mr. K.V.L. Troost, [gemachtigde], en mr. D.S.P. Roelands-Fransen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.
Tijdens de zitting heeft de Afdeling de raad verzocht nadere inlichtingen te verstrekken. De raad heeft een reactie gegeven. [appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak opnieuw ter zitting behandeld op 20 augustus 2019, waar [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door mr. K.V.L. Troost, [gemachtigde], en mr. J. Zweers, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.
Overwegingen
De tussenuitspraak
1.    De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 6 overwogen dat het besluit van 20 april 2017 is genomen in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), omdat niet is komen vast te staan dat bij de vaststelling van het plan onderzoeken zijn betrokken over de aanleg van de brug over de Haarlemmertrekvaart.
2.    Gelet op hetgeen onder 6 van de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 20 april 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Poelgeest" gegrond. Dat besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb te worden vernietigd.
3.    In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het onder 6 genoemde gebrek in het besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen.
Het besluit van 22 november 2018
4.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 22 november 2018 het bestemmingsplan "Poelgeest" gewijzigd vastgesteld. Daarbij is het volgende gewijzigd:
- de plantoelichting en bijlagen bij de plantoelichting zijn aangevuld met de motivering over het brugtracé;
- in de planregels is voor de bestemmingen "Verkeer" (artikel 14, lid 14.1, aanhef en onder, e, van de planregels) en "Groen" (artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder d, van de planregels) toegevoegd dat lichtwerende voorzieningen kunnen worden gerealiseerd;
- op de verbeelding is de verkeersbestemming op de grens met het plangebied van het bestemmingsplan "Brug Poelgeest" (verkeersbestemming in het verlengde van de Hugo de Vrieslaan) versmald.
5.    Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."
6.    Het besluit van 22 november 2018 is gezien artikel 6:19 van Pro de Awb, mede onderwerp van het geding.
Toelaten belanghebbenden als partij
7.    Ten aanzien van het verzoek van [partij A] en anderen en [partij B] en anderen om als partij te worden toegelaten, overweegt de Afdeling dat artikel 8:26, eerste lid, van de Awb er niet toe strekt dat een belanghebbende als partij kan worden toegelaten die zich niet eerder in de procedure heeft gemengd. [partij A] en anderen en [partij B] en anderen hebben tegen de besluiten van 20 april 2017 en 22 november 2018 geen beroep ingesteld. Verder hebben zij geen aan [appellant] tegengesteld belang gesteld. Hun verzoeken om als partij te worden toegelaten worden daarom afgewezen.
8.    Voor zover [partij A] en anderen zich op het standpunt stellen dat hun stuk van 9 januari 2019, waarin zij verzoeken om als partij te worden toegelaten, moet worden aangemerkt als een beroepschrift, overweegt de Afdeling dat uit dit stuk niet blijkt dat het als zodanig moet worden aangemerkt. De omstandigheid dat de administratie het stuk als beroepschrift heeft aangemerkt en griffierecht heeft geheven, laat onverlet dat het stuk niet als beroepschrift kan worden aangemerkt.
De zienswijze van [appellant]
9.    [appellant] brengt in zijn zienswijze diverse betogen naar voren. Deze gaan over het nut en de noodzaak van de verkeersverbinding tussen de wijk Poelgeest in de gemeente Oegstgeest en het Trekvaartplein in de gemeente Leiden via een brug over de Haarlemmertrekvaart naar de Oegstgeesterweg. Verder gaan deze over mogelijke alternatieven, de vrees voor het ontstaan van sluipverkeer, onveilige situaties, lichthinder en onaanvaardbare verkeerskundige gevolgen.
9.1.    De betogen die [appellant] in deze procedure naar voren brengt, zijn gelijkluidend aan de betogen die hij naar voren heeft gebracht tegen de besluiten van 23 november 2017 en 30 november 2017 waarbij de raden van de gemeenten Oegstgeest en Leiden het bestemmingsplan "Brug Poelgeest 2017" hebben vastgesteld. De Afdeling heeft hierover bij uitspraak van vandaag, zaak nr. ECLI:NL:RVS:2019:4039, geoordeeld. Gelet op hetgeen in die uitspraak is overwogen, falen de betogen die [appellant] in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht tegen het voorliggende bestemmingsplan.
Conclusie
10.    Gelet op hetgeen onder 6 van de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 20 april 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Poelgeest" gegrond. Dat besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb te worden vernietigd. Het beroep van [appellant] tegen het herstelbesluit van 22 november 2018 is ongegrond.
Proceskosten
11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van de raad van de gemeente Oegstgeest van 20 april 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Poelgeest" gegrond;
II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Oegstgeest van 20 april 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Poelgeest";
III.    verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van de raad van de gemeente Oegstgeest van 22 november 2018 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Poelgeest" ongegrond;
IV.    gelast dat de raad van de gemeente Oegstgeest aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, voorzitter, en mr. R.J.J.M. Pans en mr. P.H.A. Knol, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.
w.g. Michiels    w.g. Priem
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2019
646.