ECLI:NL:RVS:2019:4201
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf minderjarige vreemdelingen
De zaak betreft een hoger beroep van minderjarige vreemdelingen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De vreemdelingen verblijven bij hun biologische vader in Syrië en willen nareis bij hun moeder in Nederland, die een verblijfsvergunning asiel heeft.
De vreemdelingen hebben documenten overgelegd die hun identiteit en familierelatie aantonen, waaronder een toestemmingsverklaring van hun biologische vader, een foto van hem met die verklaring en een paspoortkopie. De rechtbank had geoordeeld dat de stukken onvoldoende aannemelijk maakten dat de verklaring van de vader afkomstig was en dat het voor de vader mogelijk was om naar een Nederlandse ambassade te reizen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft waarom ondanks de stukken een risico op kinderontvoering wordt aangenomen en waarom dat risico zwaarder weegt dan het belang van gezinshereniging. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op kinderontvoering.