ECLI:NL:RVS:2019:4224
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake openbaarmaking informatie Wet openbaarheid van bestuur
De minister van Algemene Zaken heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 9 oktober 2019, waarin werd geoordeeld dat drie documenten integraal openbaar gemaakt moesten worden op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Tegelijkertijd verzocht de minister de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank direct uitgevoerd zou worden, omdat dit de minister zou dwingen tot openbaarmaking die mogelijk onterecht is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er een redelijke kans bestaat dat het oordeel van de rechtbank in hoger beroep stand zal houden, maar dat ook niet kan worden uitgesloten dat het oordeel wordt vernietigd. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister voorlopig geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond.
De voorzieningenrechter benadrukte het belang van een spoedige behandeling van de hoofdzaak om duidelijkheid te verschaffen over de openbaarmaking van de documenten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de uitvoering van het vonnis van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.