ECLI:NL:RVS:2019:428
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Hoekstra
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking urgentieverklaring wegens niet reageren op passend woningaanbod
Op 22 november 2016 werd aan appellant een urgentieverklaring verleend vanwege geweld of bedreiging, waardoor hij niet langer in zijn woonruimte kon blijven. Diverse hulpverleningsinstanties waren betrokken bij de problematiek van appellant en zijn gezin. Op 19 december 2017 trok het college de urgentieverklaring in omdat appellant niet actief had gereageerd op passend woningaanbod binnen zijn zoekprofiel, terwijl er voldoende woningen beschikbaar waren.
Appellant voerde aan dat hij mocht wachten op een woonwagenstandplaats en daarom niet hoefde te reageren op het woningaanbod. Hij stelde dat er een vertrouwensbeginsel gold omdat de gemeente en andere partijen op de hoogte waren van zijn wens en dat het overleg op 16 maart 2017 zou bevestigen dat hij de procedure voor een standplaats mocht afwachten.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er onvoldoende passend woningaanbod was en dat er geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door het college dat hij niet hoefde te reageren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de urgentieverklaring wordt bevestigd omdat appellant niet actief reageerde op passend woningaanbod.