ECLI:NL:RVS:2019:4288
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorschot op tegemoetkoming planschade wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellanten zijn eigenaar van percelen in Bergen (NH) waarop een woning, garage, bedrijfspand en bijgebouw zijn gevestigd. Zij hebben planschade geleden door het bestemmingsplan 'Bergen, Dorpskern Zuid' dat in 2009 in werking trad. Het college kende hen in 2015 een tegemoetkoming in natura toe van €690.000. Eerder verzoek om voorschot werd in 2015 afgewezen en dat besluit werd door de rechtbank bevestigd.
In 2016 dienden appellanten een tweede verzoek om voorschot in, stellende dat compensatie in natura niet meer mogelijk was omdat woningbouw binnen de milieucirkel van hun perceel een benzinetankstation onmogelijk maakte. Het college wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 Awb Pro omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het weigeren van medewerking aan een bouwplan voor een tankstation, wasstraat en dienstwoning een nieuw feit vormde, waardoor het college verplicht was planschade in geld te vergoeden. De Afdeling oordeelde dat deze stelling reeds in eerdere procedures was ingebracht en niet als nieuw feit kon worden aangemerkt. Daarom was het college bevoegd het verzoek af te wijzen onder verwijzing naar eerdere besluiten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het tweede verzoek om voorschot op de tegemoetkoming in planschade bevestigd.