ECLI:NL:RVS:2019:436
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid Wob-verzoek inzake meerderjarige zoon onder Jeugdwet
De zaak betreft het verzoek van een moeder om informatie over haar meerderjarige zoon, die sinds 2004 onder toezicht stond van een jeugdbeschermingsstichting. De stichting verklaarde haar Wob-verzoek niet-ontvankelijk omdat de Wet openbaarheid van bestuur niet van toepassing is op cliëntdossiers van de stichting. De rechtbank bevestigde dit standpunt en wees erop dat de Jeugdwet een eigen regime kent voor inzage en verstrekking van gegevens, dat voorrang heeft boven de Wob.
De moeder stelde in hoger beroep dat de stichting wel een bestuursorgaan is en dat haar verzoek terecht was ingediend. Ook voerde zij aan dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd en te laat was genomen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de Wob niet van toepassing is en dat de stichting geen bestuursorgaan is in deze context. De moeder kan een verzoek indienen op grond van de Jeugdwet, maar bij afwijzing moet zij zich tot de burgerlijke rechter wenden.
De Raad van State verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee is de niet-ontvankelijkverklaring van het Wob-verzoek definitief.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het Wob-verzoek bevestigd.