ECLI:NL:RVS:2019:4371
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap wegens openbare orde
Bij besluit van 7 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van verzoeker ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld, waarbij hij tevens een voorlopige voorziening heeft gevraagd om de rechtsgevolgen van de intrekking op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
Verzoeker stelt dat door de intrekking zijn Unierechtelijk verblijfsrecht in België komt te vervallen, waardoor zijn verblijf, werk en inkomen in België en het contact met zijn in Nederland wonende kinderen in gevaar komen. De staatssecretaris voert aan dat verzoeker een actuele bedreiging vormt voor de openbare orde, onderbouwd met een eerdere veroordeling tot gevangenisstraf wegens ernstige strafbare feiten.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van de staatssecretaris bij handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij opschorting. Tevens is de voorlopige voorzieningprocedure niet geschikt om de rechtmatigheid van de intrekking zelf te beoordelen; dit zal in het hoger beroep aan de orde komen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de intrekking van het Nederlanderschap wordt afgewezen.