ECLI:NL:RVS:2019:4381
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 augustus 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag heeft op 5 november 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak werd op 20 december 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.